Om het internet vinden we steeds meer websites waar (digitale) zaken kunnen worden gedeeld. Voor de hand ligt het om bijvoorbeeld Word documenten op die manier te verspreiden, maar ook het bijhouden van agenda’s en to-do-lijstjes, of bijvoorbeeld foto's en video’s delen, behoren tegenwoordig gewoon tot het ‘normale gebeuren’. 

Zoals alles op het internet, is het gebruik van bovengenoemde zaken vaak eenvoudig. Je hebt er ook geen bijzonder software voor nodig, een browser is voldoende.  In feite faciliteert het internet hiermee niet alleen het delen van informatie,maar ook het kunnen samenwerken, en dat zelfs tijd- en locatie onafhankelijk.

Is dit nu weer zo’n ‘buzz-ding’ dat net als vijf jaar geleden als een soort zeepbel uit elkaar zal gaan spatten? Binnen Panthera BV denken we van niet. De tijd is voorbij dat we slechts uithangborden langs de internet snelweg ophingen en gouden bergen aan elkaar beloofden. In deze nieuwe stroming, ook wel web 2.0 genoemd, is het tijd om internet serieus te nemen en de interactie tussen mensen onderling en met machines echt vorm te gaan geven. Er is daarbij een groot verschil met vijf jaar geleden. Het internet is inmiddels een integraal onderdeel geworden in huishoudens en het bedrijfsleven. Er is dus zeker heel wat veranderd.

Doordat zoekmachines steeds betere resultaten opleveren, is het zoeken naar relevante informatie steeds eenvoudiger geworden. Daarbij neemt het internet in een aantal gevallen een belangrijk deel, zo niet het geheel, van het bedrijfsnetwerk over. Ook in de privé sector zien we dat internet een steeds belangrijkere rol in neemt. Websites als Hyves, Orkut en MySpace zijn omgevingen waarbij inmiddels een aantal miljoen gebruikers maandelijks terecht komen en met elkaar van gedachten wisselen.

De vraag is natuurlijk wel hoe we zin en onzin op het web kunnen (gaan) onderscheiden. We willen alleen relevante informatie ontvangen, de rest moet maar achterwege blijven. Zoekmachines gaan daar natuurlijk een steeds belangrijkere rol in spelen, maar er is ook een aantal andere bewegingen te bespeuren. Tagging bijvoorbeeld, waarbij de inhoud van (delen) van informatie wordt gekwalificeerd met waarderingen. Op deze manier verschijnen nieuwsberichten pas op Digg wanneer er voldoende op ‘gestemd’ is.

Aan deze zaken kleven natuurlijk ook de nodige nadelen. Want wie op internet stemt op nieuwsberichten, bestaat die groep uit een significante groep en ontstaat niet het gevaar dat hierdoor uiteindelijk alleen de voorkeur van de middenmoot wordt vertoond? Als het enige wat we overhouden bestaat uit dat wat de grote groep wil, hoe worden we dan geconfronteerd met zaken die ons juist in beweging brengen, ons tot nadenken toe aanzetten? Vaak waren dat niet altijd de ‘voorkeursberichten’….

Bij Web 2.0 staat sociale interactie via het internet voorop. Het succes van web 2.0 hangt samen met de mogelijkheid om een slimme, interactieve manier aan te bieden waarmee mensen met elkaar in contact komen. Good Facilitated Social Networking (GFSN) noemen we dit binnen Panthera. Wikepedia, de online encyclopedie, Flickr en YouTube zijn hier al enige tijd goede voorbeelden van, gezien hun succes. Toch is er eigenlijk niets nieuws onder de zon. Dit soort initiatieven bestaan al vrijwel net zo lang als het internet. Het succes van web 2.0 toepassingen is volgens ons alleen de massa en de acceptatie van die massa. Er zijn nu zoveel meer mensen die op zoveel meer momenten gebruik van het internet maken, dat het nu pas echt gaat lopen. Omdat we niet verwachten dat het aantal mensen op het internet zal gaan afnemen (het tegendeel zelfs), of dat mensen die op internet komen daar minder lang gebruik van gaan maken, en in combinatie met allerlei ontwikkelingen in onze samenleving en cultuur, verwachten we dat web 2.0 geen hype zal blijken te zijn, maar een serieus blijvertje dat nog maar in de kinderschoenen staat.